Het eerste
hoofdstuk van het boek ‘Spoiler‘ door Mark Cloostermans kreeg als titel
‘teaser’, een vakterm voor de verkorte versie van een trailer die op haar beurt
een verkorte versie van een film of serie is. Meestal het beste van alle soms
nog onaffe beelden, waarna het eindproduct vaak enkel teleurstellen kan. Zo
bestaan er nu ook al teasers om de online lancering van een trailer aan te
kondigen, met een lengte van tien seconden en de pancarte “this sunday, watch
the full trailer”, die dan na de eerste uitzending frame na frame onderzocht
wordt door geeks op zoek naar elke easter egg (verborgen referentie naar iets
anders) en elk detail van plotontwikkeling.

Dus
beginnen met een teaser in een boek vond ik al een opwindend idee en hoopte
daarom ook op een snelle montage van zijn meest spectaculaire zinnen en een
occasionele ontploffing. Echter in plaats van een teaser is het een
verantwoording geworden, met een flashback naar zijn jeugd starend naar ‘Married
with Children’, een reeks met oa die aflevering waarin Al Bundy liever een
levensgevaarlijke beer confronteert dan in dezelfde ruimte te zitten samen met
een menstruerende vrouw. Waarover dezelfde televisie mij heeft wijsgemaakt dat
ze elke maand blauwe vloeistof verliest en daarom niet in een witte broek mag
gaan paardrijden. Maar daarna had de jonge Cloostermans het licht gezien, het
Lynch-licht en zoals 99 procent van zijn generatie gelooft hij in een Voor Twin
Peaks en een Na Twin Peaks periode. En als zelfverklaarde seriefiel tracht hij
in ‘Spoiler’ zijn identiteit als seriefiel en literatuurkenner te verzoenen,
met enkele verrassende inzichten. Maar welke? (zoals een teaser teasen zou)

Mijn tekst
begint met echter met een disclaimer, in de vorm van twee bekentenissen. Ten
eerste, ik ben geen recensent, maar de schrijver Mark Cloostermans wel, dus uiteraard
heb ik dit boek gelezen met de gemene instelling “toon een keer hoe het wel
moet”. Maar een recensie wordt dit niet, want gaat u werkelijk pas een boek
kopen over televisieseries als iemand anders heeft opgeteld hoeveel geslaagde
metaforen erin staan?

En ten
tweede, ik ben een valsspeler. Elke auteur verkiest een verfilming boven een literaire
nominatie, ook al beweert men het omgekeerde. En omdat een verfilming of nog
liever een vergaming van mijn boek op zich liet wachten, heb ik dan maar samen
met filmregisseur Pieter Van Hees mijn debuut omgevormd tot een televisiereeks.
En die beslissing zoveel jaren geleden is de reden waarom ik deze halfslachtige
recensie neerpen in een hotelkamer te Austin, Texas, waar Generatie B getoond
wordt op het filmfestival Fantastic Fest. Terwijl nog geen enkel boek van mij
ooit voorbij een waterplas is geraakt, als men die paar grachten in Amsterdam
niet meetelt. Dus geheel objectief over de rangorde van televisie en literatuur
ben ik niet.

En
misschien ligt het ook aan deze huidige omgeving, aan deze overvloed aan
Americana met door mijn raam zicht op een billboard waar een autoverkoper zich
voorstelt als een oorlogsveteraan (en dus betrouwbaar?) bovenop een winkel voor
al jouw tailgate needs (of hoe vorm je jouw eigen auto om in een rijdende
barbecue), maar ik struikel wel over de keuze om enkel Amerikaanse series te
bespreken. Iets wat Cloostermans zelf verklaart onder de mom van orde in de
chaos te stellen. Maar een volledig hoofdstuk weiden aan de ‘Amerikaanse’ reeks
‘In Treatment’ en niet eens vermelden dat het eerste seizoen zoveel dialogen en
personages heeft overgenomen van het origineel uit Israël, breekt mijn
scenaristenhartje.

Nog los
van zijn aangekondigde keuze om zich te focussen op Amerika, waardoor hij
wedijveren moet met alle andere boeken en artikels die over dezelfde reeksen geschreven
zijn, is er geen verklaring voor zijn keuze voor dramareeksen. Toegegeven,
‘Breaking Bad’ kent iets meer grappige momenten dan ‘True Detective’, maar de
premisse dat comedyreeksen als ‘Rick and Morty’ of ‘Veep’ of ‘Arrested
Development’ of ‘Curb Your Enthusiasm’ geen literaire referenties opleveren,
aanvaard ik niet.

Natuurlijk
snap ik dat een keuze gemaakt moet worden, dat een hoofdstuk opdragen aan elke
interessante reeks van het moment een even stevige roman zou opleveren als alle
boeken van Brusselmans tussen twee kaften. Maar toch lijkt het alsof dit boek
te vroeg kwam, dat recente reeksen als ‘The Handmaid’s Tale’ of ‘Legion’ of
‘American Gods’ of ‘Fargo’ ontbreken. Of toch tenminste een seriemoordenaar als
‘Hannibal’ meer aandacht schenken dan die moordende MacGyver genaamd ‘Dexter’.

Zoals alle
goeie reeksen komt het pas op gang na de eerste aflevering, na een hoofdstuk
waarbij alle reeksen met neerstortende vliegtuigen geplaatst worden in de
categorie 9/11 fictie. Zoals sommigen beweren dat al die dooie moeders in jaren
’80 sitcoms te maken hebben met de opkomst van cocaïne.

Door in
hoofdstuk twee het vaak vergruisde werk ‘Utopia’ van Thomas More te koppelen
aan de Aaron Sorkin tour de force ‘The West Wing’ slaagt het boek helder en
verfrissend in haar opzet. Hoe beide werken op de eerste plaats als fictie
moeten gezien worden, en niet als politieke pamfletten. Hoe de televisiereeks
en het boek meer handelen over een streven naar een utopia dan een blauwdruk
voor een ideale samenleving afleveren en hoe deze perfectie gesaboteerd wordt door
kleinmenselijke verlangens. Of zoals
elke eerlijke politicus zou zeggen: “Lang leve democratie, alleen jammer van
die kiezers”.

En in deze
televisietijden waarin de dystopie hoogtij viert, van The Walking Dead tot FC
De Kampioenen, die horrorreeks waarbij een bende dronken marginalen een mentaal
invalide jongen vernederen, deed het ook deugd om nog eens herinnerd te worden
aan een reeks als The West Wing, aan nobele personages die streven naar iets
beters in plaats van wraak of persoonlijk gewin. Volgens sommigen zou de
verkiezingsoverwinning van Obama ook niet mogelijk geweest zijn zonder de
bijdrage en opoffering van wat men ‘The West Wing Generation” noemde, een hele
groep jonge mensen die hun engagement voelde opflakkeren door dat ideaalbeeld
van de Amerikaanse politiek elke week op dat scherm. Zoals wat ooit een film
als ‘All The Presidents Men” heeft teweeggebracht binnen de journalistiek. Men
zou ook kunnen stellen dat de leegte na The West Wing nu ingevuld wordt door gedreven
talkshow hosts zoals de recente succesvolle inmenging van Jimmy Kimmel in het
heath care debat of de briljante satire van John Oliver. Maar daar gaat dit
boek niet over.

‘Spoiler’
blijft in elk hoofdstuk een reeks koppelen met een literair werk en soms voelt
de serie in kwestie niet meer dan een aanleiding om diep te duiken in het
oeuvre van een onvolprezen auteur. Wat hoogstwaarschijnlijk ‘Spoiler’
onderscheidt van al die andere essays over de recente opwaardering van
televisiefictie. Maar deels smaakt het ook bitter, het besef dat een boek met
overpeinzingen over dezelfde schrijvers en hun werk zonder hun link met
televisie nooit deze aandacht zou verkrijgen. Of anders gezegd, een boek over
boeken zou een uitgever weinig bekoren.

Cloostermans
is kundig genoeg met zijn toetsenbord om nooit in overdrive te gaan en toont
zich een aangename verteller. Zo vermijdt hij te veel gegoochel met
referenties, want obscure verwijzingen in non-fictie zijn als het neerschrijven
als dromen in fictie, alleen interessant en betekenisvol voor de bedenker zelf.

Maar de
grootste verdienste van dit boek zijn niet de inzichten zelf, daarvoor mompelde
ik iets teveel tegen mezelf van “Ja, dat wist ik al”, maar de oprechte
genegenheid die Cloostermans voelt voor de beide onderwerpen. Dit is geen boek
in opdracht van of het meeheulen met een modieuze trend. Ik geloof werkelijk na
het lezen van ‘Spoiler’ dat Cloostermans als een bijna fundamentalistische fan
ons overtuigen wil hoe indrukwekkend en intelligent reeksen als ‘Mad Men’,
‘True Detective’ en ‘The Man in the High Castle’ zijn. Ook al mompelt u
misschien van “Ja, dat wist ik al”.

En zoals
Cloostermans zelf eindig ik ook met een ‘bonus feature’. Om te reageren op zijn
stelling dat literatuur zich staande kan houden tegenover de kracht van grote
verhalen op televisie door zich te profileren als een één op één ontmoeting met
de auteur. Dat in een boek de (hoofdletter door hem gekozen) Stem van de
schrijver weerklinkt in tegenstelling tot televisie die gemaakt wordt door
volledige schrijversteams. Waarbij hij wel de invloed van een showrunner wat
onderschat, zeker als hij enkele hoofdstukken geleden oreerde over hoe Aaron
Sorkin persoonlijk verantwoordelijk was voor de eerste vier seizoenen van The
West Wing.

Een
lovenswaardige poging tot een unique selling point wat mij betreft, maar nog te
veel vanuit een vervlogen en misplaatste verering van de auteur als erudiete en
wereldwijze artiest. Literatuur moet zich natuurlijk verhouden tegenover andere
fictie, zoals films en games zich verhouden tegen televisie. Maar liefst niet
door nog meer persoonlijk geleuter te verkondigen, het is ook een kwestie van
aftellen voor boekhandels een sectie ‘ocharme ik’ invoeren. Dus nee, zegt deze
schrijver zonder een bestseller, literaire fictie moet naar meer streven dan
het mismaakte broertje te zijn in het medialandschap. Het moet gewoon vreemder,
intenser, grootser, gewelddadiger, geiler, fantasievoller, schoner, grappiger,
gevaarlijker zijn dan wat elk scherm aanbieden kan. Of schrijf een
scenario.